| K E R S T |
| Kerst is bij de
meeste mensen wel bekend als het feest van de geboorte van Jezus Christus.
Maria, een stal en een ezel en zo. Maar wat is er nu echt gebeurd daar in
Bethlehem, in het Palestina (het huidige Israël) aan het begin van onze
jaarteling? Dit artikel zet de gebeurtenissen op een
rijtje.
Het meeste weten we omdat Lucas, een arts uit die tijd, het opgeschreven heeft
(het ‘evangelie van Lucas’). Veel heeft hij waarschijnlijk rechtstreeks
van Maria gehoord. Sommige dingen zijn alleen opgeschreven door Mattheus,
een leerling van Jezus.
|
|
Kerst valt in de zomer! In Nederland willen we een 'witte Kerst', dat is gezellig, met veel lichtjes in het donker (als je tenminste niet erg alleen bent). Maar is Jezus echt in de winter geboren? Nee dus. Wat deden die herders anders 's nachts buiten bij hun schapen?! Het vee was buiten, zelfs 's nacht (Luc 2:8). Niks witte kerst dus toen. Laat staan hulst of dennenbomen, want die groeien daar niet. |
Asterix, de Romeinen en keizer Augustus![]() De feiten van het Kerstverhaal spelen zo'n 2000 jaar terug: de tijd van de Romeinse keizer Augustus, de opvolger van Julius Caesar. Julius Caesar (tegenwoordig vooral bekend uit Asterix) hadden niet alleen Frankrijk onderworpen, maar zijn legioenen bewaakten ook het land dat nu Israël heet. Vanwege de Joden noemden de Romeinen die streek 'Judea', de provincie waar Bethlehem lag (en ook Jeruzalem, zo'n 12 km noordelijker). De plaatjes van Romeinse gebouwen uit Asterix geven een aardig beeld van wat vooruitstrevende Joden toen graag lieten bouwen. Ook de koning die de Romeinen over de Joden lieten regeren, de argwanende Herodes, deed veel aan Romeinse bouwkunst. Bovendien moesten de Joden aan Rome belasting betalen. Daarom wilde keizer Augustus ook precies het aantal inwoners weten. Vandaar de registratieplicht ('inschrijving'), waarvoor Jozef en Maria naar Bethlehem moesten reizen. Want daar kwam hun familie oorspronkelijk vandaan, hoewel ze nu in Nazareth in de provincie Galilea woonden, veel noordelijker (Luc 2:1-5). |
|
Een voederbak als wieg |
|
Herders op kraambezoek |
In de tempel van Jeruzalem Bij de Joden is het de gewoonte dat jongetjes
'besneden' worden, precies een week na hun geboorte. Dat gebeurde dus ook
bij Jezus (Luc
2:21) En weer een paar weken later moesten de ouders een
offer gaan brengen in de tempel in Jeruzalem, om zo hun baby 'aan de Heer
(aan God) voor te stellen'. Wanneer Jozef en Maria dat doen, duikt ook
daar bij de tempel opeens een volslagen onbekende op. Hij blijkt Simeon te
heten, een oude of ernstig zieke Joodse man, die het kind in zijn armen
neemt en dan plechtig zegt dat hij nu 'in vrede' kan sterven, 'want mijn
ogen hebben het heil gezien'
(Luc
2:22-35): ook hij gelooft dat deze baby door God speciaal gestuurd is als
heil-brenger, als 'verlosser'. Nog iemand komt dan op het groepje af:
Hanna, een weduwe van boven de 80, en ook zij maakt duidelijk dat zij door
dit kind 'verlossing' verwacht. |
|
Naar Egypte |
|
Terug naar Nazareth |