Intocht in Jeruzalem
Jezus werkt duidelijk naar het einde toe. Hij gaat op weg naar Jeruzalem
terwijl zijn discipelen dat afraden (Joh 11:8).
Jezus zegt tegen zijn discipelen in Luc 18:31-34: "Zoals jullie weten gaan we naar Jeruzalem.
Alles wat de profeten hebben geschreven zal daar in vervulling gaan. Ik zal
in de handen van de ongelovigen vallen. Ze zullen mij bespotten, mishandelen
en in mijn gezicht spugen. Ze zullen mij afranselen en doden. Maar op de
derde dag zal ik weer levend worden" Terwijl ze naar Jeruzalem reisden
gebeurde het dat, toen ze bij Bethanië kwamen, Jezus twee discipelen vooruit
stuurt en ze vroeg een ezelveulen mee te nemen wat ze in het volgende dorp
zouden zien staan (Luc 19:30). Hij zei: "Als de boer vraagt: Wat moet dat
daar !! Zeg dan maar dat de Heere hem nodig heeft en dat hij het later terug
krijgt. Dit was de eerste profetie (Zacharia 9:9-10) die in vervulling ging nadat
Jezus zijn discipelen had ingelicht over zijn komend lijden. Toen Jezus op
het ezelveulen plaats nam en richting Jeruzalem ging, begonnen zijn
volgelingen te zingen en te juichen. Ze prezen God voor de geweldige
wonderen die ze hem hadden zien doen: "God heeft ons een Koning gegeven!
Lang leve de Koning!"
Onderwijzing in de tempel
Opvallend in Luc 19:45-48 is het gezag dat Jezus heeft. De Joodse
leiders willen Jezus doden, maar grijpen niet in als Jezus het
tempelplein ontruimt, waar alleen maar de handel in dieren en wisselgeld
overheersten en geen plaats was voor gebed en overdenkingen van de Joodse
geschriften. Je zou verwachten dat Hij opgepakt zou worden na zo'n actie,
maar het tegendeel is waar: De komende dagen blijft Hij in de tempel en
geeft godsdienstlessen.
Zalving van Maria
Jezus heeft een aantal keren zijn dood voorspeld, het dringt alleen nog niet goed door bij zijn discipelen.
Maria (niet de moeder van Jezus) heeft de onderwijzingen van Jezus wel goed begrepen en koopt van al haar
geld dure zalfolie die ook gebruikt werd bij het zalven van de doden in die tijd en zalft daarmee de voeten van Jezus (Matt.26:6-13) .
Toen de discipelen verontwaardig waarden over de in hun ogen verkwisting van de dure olie, vertelde Jezus van de waarde van de boodschap die van haar daad uitging.
Ze had namelijk een sterk geloof en wist dat Jezus ging sterven en bereide op symbolische wijze zijn begrafenis voor.
Laatste avondmaal (Luc 22:7-38)
Jezus stuurt een aantal discipelen vooruit om een lokaliteit te zoeken waar ze het Pascha konden vieren. Het Pascha was het feest van de ongezuurde broden.
Met dit feest werd herdacht hoe ze vroeger uit het land Egypte, waar ze heel lang in ballingschap waren geweest, werden geleid en ze op de avond voor hun vertrek
ongezuurde broden (zonder gist bereid) moesten eten (Exodus 12:1-28) . Deze feestmaaltijd werd de laatste maaltijd van de Here Jezus en wordt ook wel "Het laatste avondmaal" genoemd.
Tijdens de maaltijd bereid Jezus de discipelen voor op zijn dood, maar Petrus zegt dat Hij Jezus niet in de steek zal laten.
Jezus voorspelt dat Petrus hem voordat het ochtend wordt en de haan kraait, hij Hem 3 keer heeft verloochend.
Arrestatie
Judas was een van de twaalf discipelen en vertok tijdens de maaltijd om bij de Joodse leiders te verraden waar de Here zich ophield zodat ze Hem konden oppakken.
Hij kreeg daarvoor een ruime beloning die uit de schatkist van de tempel (waar de tempelbelasting in werd bewaard) werd gehaald.
Kort daarna werd de Here Jezus opgepakt door soldaten en werd hij mee genomen.
Verloochening door Petrus (Luc 22:54-62)
Jezus wordt meegenomen naar het gerechtshof en Petrus gaat hem op een afstand achterna. Tot 3 keer toe wordt hij herkend als een van de aanhangers van Jezus.
Tot 3 keer toe ontkend hij het en dan kraait de haan net zoals Jezus heeft voorspeld.
Kruisiging (Luc 23:32-49)
Pilatus veroordeeld Jezus op
aandringen van het Joodse volk tot dood, hoewel hij zelf geen schuld in
Jezus ziet. Hij veroordeeld Jezus tot de vloekdood, namelijk de dood aan het
kruis.
Met een kruisiging worden de armen aan een dwarshout gespijkerd en en de voeten aan de paal. Het sterven gebeurt niet door doodbloeden, maar puur door uitputting.
Een gekruisigde kan zolang hij de kracht heeft zich oprichten, maar zodra hij dat niet meer kan zal hij snel sterven omdat hij dan alleen nog aan zijn armen hangt waardoor hij te weinig lucht krijgt en stikt.
Het was de gewoonte om voor zonsondergang de benen te breken van de gekruisigden zodat ze sneller zouden sterven. Jezus was al dood toen de soldaten dat wouden doen en lieten zo zijn benen gespaard.
Hiermee was de instelling van het Pascha vroeger in Egypte vervuld, want bij de instelling van het Pascha moest ook een lam geslacht worden zonder dat er een bot van mocht worden gebroken.
Opstanding van Jezus (Luc 24:1-12)
Op zondag wilden de vrouwen naar het graf gaan en vonden daar de steen voor het graf weg gewenteld. Toen ze naar binnen gingen vonden ze Jezus niet meer, maar een engel die zei dat Jezus was opgestaan.
Verschijning aan zijn discipelen (Luc 24:13-35)
Jezus is ook aan anderen verschenen na zijn opstanding. Hij kwam in het huis waar alle discipelen te samen waren. Thomas die eerst niet geloofde dat Jezus was opgestaan mocht voelen aan de wonden van Jezus.
Jezus at ook met hen mee. Dit zou niet kunnen als Jezus een spookverschijning zou zijn geweest. Jezus is ook aan mensen verschenen die op weg waren naar Emmaus. Een dorp in de buurt van Jeruzalem.
Jezus legde hen uit dat de Hij moest sterven om voor onze zonden te sterven. Ook Hij at met hen.
Relevante links:
- Betekenis van pasen
- Beeldvorming
- Volg de rode draad door de bijbel over de dood van Christus
- Flash animatie over de kruisiging
- Paasevangelie volgens Matheus
- Paasevangelie volgens Marcus
- Paasevangelie volgens Lucas
- Paasevangelie volgens Johannes
- Wat gebeurde er rond Pinksteren